Het leed dat autisme heet.
Autisme is in een stilte coupé zitten in de trein. En plots niest de persoon die naast je zit. Je klapt je sociale protocol uit en denkt “ik moet gezondheid zeggen”. Tegelijkertijd klapt er nog een protocol uit “je zit in de stilte coupé en je mag niks zeggen”. In je hoofd ontstaat er een error. Twee verschillende protocollen is moeten kiezen. En uiteindelijk is er al zoveel tijd voorbij dat alsnog gezondheid zeggen ook raar zou zijn. En dus zeg je niets meer.
Autisme is in een vergadering zitten. Je verzamelt al je moed bij elkaar en vraagt “wat voor kleur is het gras?”. Een heldere vraag. Een vraag die ik niet duidelijker kan stellen dan dat. Maar het antwoord dat ik krijg is “12 m2”. Als ik om me heen kijk dan knikt iedereen driftig. Blijkbaar is 12 m2 het antwoord. Doordat ik dat niet snap krijg ik de rest van de vergadering niet meer mee.
Autisme is moeten kiezen. Want wat een ander op 1 dag kan, kost mij soms een week. Een avond sporten met je team is nee zeggen tegen een verjaardag de dag er na. Een avond tennissen is top maar het drankje erna lukt vaak niet. Boodschappen doen is nee zeggen tegen stofzuigen. Enz. Enz.
Autisme is topsport. Elke dag opnieuw heel hard moeten werken. Niet je zonnebril vergeten. Niet je oordoppen vergeten. Zorgen dat je 2 treinen eerder pakt want straks liggen er blaadjes op het spoor of is er een staking. Of de hele dag bevroren op de bank zitten omdat er een pakketje wordt bezorgd. Straks bellen ze aan als je net even douchen bent of je hoort de bel niet. Vergeet ook zeker niet de juiste tabjes in je hoofd open te zetten. Want elke context vraagt een andere versie van jezelf. Want jezelf zijn wordt echt niet zo makkelijk omarmt hoe hard iedereen dat ook roept.
Autisme is echt een voordeel. Ja. Voor een ander. Want echt súper handig dat er mensen zijn die anders denken. Die outside the box denken. Uhu. Handig voor een ander. Als 99% van je omgeving neurotypisch is dan wordt het al een stuk minder leuk. (don’t worry, morgen schijnt de zon weer in m’n hoofd).
Autisme is keer op keer tegen dezelfde dingen aanlopen. Begrip van de mensen om me heen slaat om naar vermoeidheid. “Wat doet ze toch (weer) moeilijk”. “Hoezo snapt ze het nou nog niet”. “Jemig, iedereen doet het op deze manier maar jij moet het weer zo doen”. Ondertussen ben ik degene die sorry blijft zeggen. Want ik wéet het. Ik ben niet normaal. Ik wijk inderdaad af. Maar ik heb maar 1 hoofd en ik doe ZÓ. HARD. M’N. BEST.
Lieve mensen. Ik vraag eigenlijk maar 1 ding. Als ik ook van de 99% mensen kan houden ondanks dat ze (voor mij) afwijken…. Kunnen jullie dan ook van mij houden?
Mag ik toch je liefde ontvangen?
NB. Vandaag een wat mindere dag. Morgen zie ik ongetwijfeld weer wat lichtpuntjes omtrent autisme. Daarnaast bedoel ik met “autisme is” –> “Autisme is voor mij”.